Yara was zestien jaar toen zij haar beste vriendin Elize aan zelfdoding verloor. Deze gebeurtenis…
door Emmie Boering
Inleiding
Margo de Jonge is onderzoeksleider van “Blijf Depressievrij”, een meerjarig onderzoek waarbij
gekeken wordt of mensen die al eerder een depressie gehad hebben baat hebben bij cognitieve
gedragstherapie. Eerdere onderzoeken hebben uitgewezen, dat cognitieve therapie inderdaad
preventief werkt tegen latere terugval. Ik spreek met Margo af om een toelichting te krijgen op haar
onderzoek. Daarnaast ben ik benieuwd hoe de communicatie-uitingen van de Depressie Vereniging
overkomen op de onderzoeksleider.
Margo: “Wat een goed initiatief om de informatie op deze manier op de website bij elkaar te
brengen. Er is zoveel versnipperde informatie op het internet te vinden waar mensen eigenlijk geen
wijs uit kunnen worden. Het is voor mensen met een depressie sowieso al moeilijk om geconcentreerd
te blijven, dus is het fijn dat jullie het overzicht bieden. Het valt me op dat er overzichtelijke kopjes in
het menu zijn voor bijvoorbeeld behandeling en antidepressiva en eigenlijk zou er ook een kopje bij
moeten komen voor preventie.“
Ik leg haar uit, dat we net begonnen zijn met het laten ontwikkelen van een nieuwe website. Sterker
nog, een half uur na het gesprek zullen Gerard Plessius (directeur Depressie Vereniging) en Ruud
Jonkers (bestuur Depressie Vereniging) aan dezelfde tafel zitten en hebben we een overleg over de
opdrachtverlening aan Ruud Veenstra van SitebySite. De indeling van de site zal een stuk
publieksvriendelijker worden en er komt sowieso een apart menu-item voor terugvalpreventie.
Margo: “Juist vanwege het heftige terugkerende effect van depressies is het belangrijk te wijzen op de
kans op terugval. In plaats van het volledig te negeren is het verstandig te kijken hoe je een nieuwe
depressie kunt voorkomen. Momenteel is het zo, dat als iemand is uitbehandeld, deze wordt
terugverwezen naar de huisarts. Op zich is dat logisch, want je voelt je dan natuurlijk een stuk beter.
Maar het heeft ook wel iets van: tot ziens, succes ermee. Erna is er niets. En juist deze mensen horen
bij de doelgroep van mijn onderzoek.”
Medicatie, Mindfulness, gezond leven
“Er zijn natuurlijk verschillende manieren van preventie. Eén ervan is, mensen adviseren de medicatie
door te blijven slikken, want de medicijnen blijven hun werk doen zolang je ze slikt. Maar op een
gegeven moment zijn mensen er klaar mee, ze willen die pillen om allerlei redenen niet twee, drie of
vier jaar door blijven slikken. Gezond leven, bewegen niet piekeren, dat zijn allemaal adviezen die in
diverse therapieën aan de orde komen. Net als mindfulness. Maar mijn onderzoek gaat vooral om de
preventieve werking van cognitieve gedragstherapie.”
Het onderzoek van Claudi Bockting
Bijna tien jaar geleden startte het onderzoek van Claudi Bockting. Zij heeft cognitieve therapie
aangeboden aan mensen met veel voorgaande depressieve episodes. Haar methode blijkt erg
effectief te zijn in het voorkomen van terugval. De cliënten zijn na twee jaar en na vijf jaar gevraagd
of de therapie nog steeds effect heeft. Dat blijkt zo te zijn. Binnenkort is het de laatste ronde van het
onderzoek en zal duidelijk worden wat het effect van kortdurende therapie na tien jaar is.
Het onderzoek van Margo de Jonge
Margo: “Het onderzoek van Claudi is dus super effectief. We hebben iets in handen waar mensen veel
profijt van kunnen hebben. Preventieve cognitieve therapie is qua interventie dus niet nieuw. De
toepassing is dat wel! Ik doe therapie met mensen die nu niet depressief zijn. Er is nadruk op de
dingen die juist wel goed gaan. De therapie hoeft niet herhaald of aangevuld te worden. Het werkt
beschermend voor hele lange tijd en dat is natuurlijk fantastisch.
Waarom dan mijn onderzoek? Wij onderzoeken mensen die tijdens hun depressie Cognitieve
Gedragstherapie hebben gehad en we bieden het nogmaals aan, maar dan in een trainingsvorm, acht
weken achter elkaar op individuele basis. We hopen een profylactisch effect (beschermend) te
bewerkstelligen, zodat de deelnemers beter beschermd zijn tegen terugval. Iedereen mag deelnemen
ongeacht of ze medicijnen slikken. Ik hoop te kunnen aantonen dat de extra therapie ze beter
beschermt, zodat deze vorm van therapie meer kan worden toegepast.
Ik werk als therapeut in de praktijk, ik zie de patiënten voor me, ik ben heel erg met ze begaan. Ik vind
het heel erg mooi om de combinatie te hebben met tegelijkertijd onderzoek doen. Ik zie wat het met
de mensen doet. Ik maak alle facetten mee, omdat ik therapeut ben en niet alleen maar op de
universiteit de cijfers zit te analyseren.”
Inmiddels zijn er 500 aanmeldingen, waarvan 160 deelnemers, gaat dat goed?
Margo: “De meeste onderzoeken moeten erg hun best doen om mensen te werven. Bij mijn onderzoek
valt dat heel erg mee. Mensen die een depressie hebben gehad zijn gemotiveerd om zich aan te
melden. Wel zijn we op zoek naar een zwaardere doelgroep, mensen die twee keer of vaker een
depressie hebben gehad. Daardoor, maar ook door de locatiekeuze, vallen toch weer mensen af.
Momenteel werken we vooral in Amsterdam en omgeving, Utrecht, Amstelveen, Almere en
Amersfoort. Er zijn gesprekken gaande met andere GGZ-instanties. Sinds kort doet bijvoorbeeld ook
de GGZ Groep mee.
De doelgroep is niet strikt beperkt tot mensen met depressieve klachten. Mensen die daarnaast
angststoornissen hebben kunnen ook meedoen, als ze tenminste wel in staat zijn om naar de
therapie te gaan. Mensen met restklachten mogen ook gewoon deelnemen. Denk hierbij aan slaapof concentratiestoornissen, zich minderwaardig voelen.
Hoe krijg je nog vijftig mensen bereid om mee te doen?
Margo: “Het streven is inderdaad om 214 mensen te includeren. Om er iets zinnigs over te kunnen
zeggen is dat aantal deelnemers nodig. Als er minder mensen meedoen moet het effect groter kunnen
zijn om het effect te kunnen waarnemen. Mensen die niet meer depressief zijn, zijn in het kader van
het onderzoek moeilijk te vinden. Ze gaan immers gewoon verder met hun leven.”
Hoe meet je hoe het werkt? Wat hebben de deelnemers eraan?
Margo: “Ik volg de deelnemers vijftien maanden lang. De helft van de deelnemers krijgt de training,
de andere helft is de controlegroep. Mensen moeten zich wel realiseren dat de kans op de training
dus 50% is. Aan de andere kant worden ze wel gevolgd. Ze krijgen tussentijds een email met een link
en daarmee kunnen ze de vragenlijst invullen. Als de klachten enorm toenemen, dan bel ik die
mensen. Stel dat blijkt dat het effect minimaal is, dan zou de therapie dus niet de oplossing zijn. Ik
zoek dus mensen die zich gemotiveerd weten voor het onderzoek op zich. Mensen die denken: kijken
of ik kan helpen. Passie en compassie hebben wij nodig, anders kunnen we nooit de gezondheidzorg
verbeteren. En zonder gemotiveerde deelnemers kunnen we niks.”
Vallen mensen tussentijds af?
Margo: “Het gebeurt gelukkig bijna nooit, maar dt kan natuurlijk altijd. Mensen mogen stoppen, daar
hebben we alle begrip voor. We hopen natuurlijk dat ze de training kunnen doorlopen, maar er kan
iets in hun leven gebeuren waardoor ze moeten afhaken. We zijn al dankbaar dat ze meedoen.”
